Tafeltennis
Snelheid en spin op tafel
Tafeltennis (ping-pong) is een snelle sport op een kleine tafel waarin spin en reactievermogen alles bepalen.
Basisregels
Bij de opslag moet de bal eerst op je eigen tafelhelft stuiteren en daarna op die van de tegenstander. Daarna speel je hem direct over het net terug.
Materiaal
Een tafeltennisbatje met rubber, plastic balletjes van 40 mm en een tafeltennistafel met net.
Tafeltennis spelen
Tafeltennis, ook wel ping-pong, speel je op een tafel met een netje in het midden. Het is een snelle, technische sport waarin spin, plaatsing en reactievermogen alles bepalen. Je kunt het bijna overal spelen, van de kantine tot de sporthal.
De opslag en de rally
Bij de opslag gooi je de bal omhoog en slaat hem zo dat hij eerst op je eigen tafelhelft stuitert en daarna op die van de tegenstander. Daarna speel je de bal direct over het net terug, zonder dat hij bij jou nog een keer mag stuiteren. Elke twee punten wisselt de opslag.
Alles draait om spin
Met het rubber van je batje geef je de bal effect (spin). Topspin, backspin en sidespin laten de bal onvoorspelbaar opspringen en dwingen je tegenstander tot fouten. Het lezen en pareren van spin — en zelf de juiste spin geven — is de kern van het spel op elk niveau.
Snel te leren, lastig te perfectioneren
De basis van tafeltennis pik je snel op, maar door de hoge snelheid en de vele soorten spin blijf je je jarenlang verbeteren. Het is een sport die zowel recreatief als fanatiek enorm veel plezier geeft, en die je conditie en reactievermogen scherp houdt.
Zo begin je
Een instapbatje en een paar plastic balletjes van 40 mm zijn genoeg om te beginnen. Speel veel en let op je grip en je basispositie bij de tafel. Zodra je de spin begint te voelen en te lezen, gaat je spel met sprongen vooruit.